Selahattin

6 Februari 2000, de dag dat je totaal onverwacht deze wereld en mij, in fysieke zin, verliet.
“Rouw je na 21 jaar nog?”, vroeg een jonge weduwe mij afgelopen week.
Na 21 jaar is de rouw die ik van tijd tot tijd ervaar wel anders. Totaal anders en gelukkig maar. Mijn rouw om het verlies van deze liefdevolle eigenzinnige man is vooral een mijmering geworden over duizenden herinneringen die zomaar ineens tevoorschijn kunnen springen en altijd zo welkom zijn.

Mijmeringen, zoals onlangs toen ik een vroege ochtendwandeling in de regen maakte.
Ik moest toen terugdenken aan het moment dat ik, na een jaar door ziekte niet had kunnen lopen, voor het eerst weer een piepklein wandelingetje maakte aan de ruwe Spaanse kust.
Zonder het je te zeggen ondernam ik die vroege ochtend voorzichtig een klein tochtje tot die grote steen die ik me als doel gesteld had. Toen ik me omdraaide stond je in de opening van onze camper me aan te moedigen:
“You see! You will walk again.”

En nu zoveel jaren later loop ik hier langs de bosrand en door het park in de regen en denk aan jou. Hoe zou jij het hier gevonden hebben, op deze plek die nu mijn thuis is. Soms verlang ik ernaar om even in stilte met je op een bankje te zitten, uit te kijken over het veld. Kan ik ineens verlangen naar de ontbijten die je maakte, het in ei gedrenkte brood gebakken in olijfolie en geserveerd met volvette zachte Turkse kaas, komkommer en tomaat, vergezeld met vele glazen Turkse thee.
Dan zou ik zo graag met je het leven van nu door willen nemen en de situatie op alle levels waarin de wereld zich bevindt. Je dan horen zeggen: “Aşkım, it’s just an illusion, all this confusion!” en ik zou je strelen over wat van de vele littekens die je opliep in dit leven.

En terwijl ik in de regen terugloop, glimlach ik met de pijn van rouw op mijn ziel, welke oplicht als het ochtendlicht dat glinstert op de natte stenen van de weg die ik oversteek op weg naar mijn huis waar mijn lief Emma en onze zoon hun ochtenddingen doen.

En vandaag op jouw 21ste sterfdag kijk ik uit naar de sneeuw die hier in aantocht is en denk terug aan de sneeuw op onze berg. Hoe je in onze tuin een grote Griekse pilaar en bankje maakte van sneeuw, we op dat bankje koffiedronken en uitkeken over de rest van het dorp onder ons. En hoe je de volgende ochtend onbedaarlijk schaterde, omdat het zachte weer de Griekse pilaar veranderd had in een enorme fallus die omboog richting de moskee op het dorsplein. Je danste in de sneeuw, want jouw relatie met Allah had niets te maken met het politiek-conservatieve instituut dat de moskee ook vertegenwoordigde. De fallus verdween met wat hulp en jij zocht jouw manier om je met waarlijk respect te verhouden tot de dorpelingen, de imam en je moskeebezoek op vrijdag.

In de herinneringen ben je altijd weer even dichtbij en prijs ik mij gelukkig met de tijd die we samen hadden, met alle ups en de downs die er ook waren. Ben ik dankbaar voor de liefde die er was en voor de liefde die opnieuw in mijn leven kwam. Een ander leven, maar waar jij nog altijd een plek hebt.

Geef een reactie